Nieuws
Peutz

Het brandlaboratorium van Peutz in Molenhoek is geaccrediteerd voor het bepalen van de rookwerendheid van deuren. Sinds de ingebruikname in 2013 heeft het ‘brandlab’ een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Er zijn verschillende nieuwe testmethoden toegevoegd; de accreditatie ligt hier in het verlengde van.

De audit is na een intensieve periode van vooronderzoek, ontwerpen, bouwen en testen vorig jaar uitgevoerd door de Nederlandse Raad voor Accreditatie. Daarbij zijn alle facetten van de test beoordeeld: van het testen van de deur volgens EN 1634-3 tot het opstellen van een classificatie volgens EN 13501-2. Dit resulteerde in een positieve beoordeling, waardoor er recentelijk voor de bepaling een accreditatie is verleend. De testopstelling voor rookwerendheid is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025. Daarnaast is het ‘brandlab’ aangewezen als Notified Body, door het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder nummer NB 2264. De resultaten van onze testen zijn geldig en bruikbaar in alle Lidstaten van de Europese Unie en kunnen gebruikt worden bij de CE-markering van brand- en/of rookwerende deuren. Voor deze deuren is een geharmoniseerde productnorm EN 16034 beschikbaar. Met deze norm, in combinatie met EN 14351-1, is voor buitendeuren de verplichte CE-markering per 1 november 2019 een feit. Voor binnendeuren is dat het geval zodra EN 14351-2 vermeld is in OJEU.

Wettelijk kader

De bouwkundige brandveiligheid van gebouwen is een samenspel van drie essentiële veiligheidskenmerken. Naast brandwerendheid van constructies en brandbaarheid (brandgedrag) van materialen wordt bij het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau in toenemende mate gebruik gemaakt van de weerstand van constructies tegen rookdoorgang, ook wel WRD of rookwerendheid genoemd. Rook bemoeilijkt het vluchten bij een brand. Voor de gebruikers van een gebouw is rook doorgaans een groter gevaar dan de brand zelf. Het Bouwbesluit 2012 geeft daarom regels voor zowel de indeling van een gebouw in brandcompartimenten als in rookcompartimenten. Of eigenlijk subbrandcompartimenten, zoals ze nu genoemd worden. Dat heeft natuurlijk alleen nut als de scheiding tussen twee compartimenten de rook ook daadwerkelijk tegenhoudt.

Het Bouwbesluit schrijft (nu nog) voor dat de rookwerendheid van constructies kan worden vastgesteld door het testen van de brandwerendheid, specifiek op het criterium vlamdichtheid (E). Het zou logischer zijn dat de eis gebaseerd is op de daadwerkelijke beperking van rookdoorlating, ofwel de luchtlekkage van de desbetreffende constructie, zoals bijvoorbeeld een deur. Dit laatste is exact wat de Europese norm EN 1634-3 doet. Deze norm bevat een methode waarmee bepaald kan worden hoe goed een deur daadwerkelijk afsluit. Dat betekent dat er gemeten wordt hoeveel luchtlekkage optreedt als een drukverschil over de deur wordt aangebracht. De meting kan worden gedaan bij omgevingstemperatuur (20 °C) of bij verhoogde temperatuur (200 °C). De eerste waarde zegt iets over de lekkage ‘koude’ rook, bijvoorbeeld op grotere afstand van de brand. De tweede waarde zegt iets over de situatie bij verhoogde temperatuur (middelwarme rook), een situatie waarbij ook vervorming van het deurblad en kozijn een rol kan spelen. De gemeten waarden worden vervolgens getoetst aan de grenswaarden die zijn vermeld in de classificatienorm EN 13501-2, waarna een classificatie Sa of S200 kan worden afgegeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.