NEN-EN 13155 beschrijft de veiligheidseisen voor hijs- en vacuümapparatuur. Eén van de daarin genoemde veiligheidsconcepten is het dubbele vacuümsysteem, vaak gepresenteerd als een robuuste oplossing voor het hijsen van kwetsbare lasten zoals glas. In de praktijk blijkt echter dat de interpretatie en toepassing van dit principe sterk variëren.
Dit roept de vraag op: biedt een dubbel vacuümsysteem daadwerkelijk meer veiligheid of ontstaat er in sommige gevallen slechts schijnveiligheid?
Dubbel vacuümsysteem
Volgens NEN-EN 13155 bestaat een dubbel vacuümsysteem uit twee onafhankelijke vacuümcircuits die elk in staat zijn om de last tijdelijk te dragen bij uitval van het andere systeem. De norm schrijft onder andere voor:
- Een akoestisch alarm bij vacuümverlies
- Een minimale alarmtijd van vijf minuten
- Een verdeling van de vacuümnappen over twee systemen
In theorie klinkt dit solide. In de praktijk blijkt de effectiviteit sterk afhankelijk van ontwerpkeuzes, lastgrootte, soort last en toepassing.
Onzekerheden
Bovenstaande leidt tot onzekerheden als het gaat om de alarmtijd, het faalgedrag van glas en de verdeling van de zuignappen. Zo blijkt in de praktijk de alarmtijd van vijf minuten niet altijd vijf minuten te zijn. Een belangrijk, maar vaak onderschat aspect is het verschil tussen een grote en een kleine vacuümtank. Bij een kleine vacuümtank kan de druk in zeer korte tijd wegvallen zodra er lekkage of glijverlies optreedt. Bij een grote tank is de drukval veel langzamer, wat resulteert in:
- Een langer durend alarm
- Meer tijd om te reageren
- Meer tijd voordat de glasplaat daadwerkelijk valt
Hoewel de norm slechts een minimale alarmtijd van vijf minuten benoemt, is het veiligheidsniveau in de praktijk dus aanzienlijk hoger bij grotere tankvolumes. De norm stelt een ondergrens, maar geen optimum, en dat is een gemiste kans.




