Robert ‘Bob’ Kuijpers mag straks dan wel 76 kaarsjes uitblazen, het liefst gaat hij nog steeds pas naar huis als het werk klaar is. Dit is het verhaal van een man die in Canada een leven als glazenier opbouwde, maar uiteindelijk zijn gevoel volgde terug naar zijn geboorteland. In Nederland werkt Bob nu alweer 21 jaar bij FBS Bouwglas, waar hij vooral glas-in-lood maakt.
In 1950 wordt Bob geboren als Robert Kuijpers, derde generatie van een glazeniersfamilie uit Haarlem. ‘Voor mijn vader was echter geen plek in het familiebedrijf’, vertelt hij. ‘Toen ik twee jaar was, stonden we op het punt om naar Australië te emigreren. Maar vanwege de vroegere tuberculose van mijn vader ging dat niet door.’ Canada blijkt minder streng. Samen met de familie van zijn oom belandden ze in Tilbury, een plattelandsdorp in het uiterste zuiden van Ontario. Bobs vader Frits en diens broer Piet begonnen als landarbeiders.
Glazeniersbloed
Canada had na de Tweede Wereldoorlog dringend mensen nodig. Maar het glazeniersbloed kruipt waar het niet gaan kan. Ome Piet vond werk bij Canadian Pittsburgh Industries Ltd. en wist ook Frits binnen te krijgen: ‘Hij heeft geen ervaring, maar hij leert het wel.’ ’s Avonds zien de kippen hoe Frits aan glas-in-lood ramen werkt. Op een keer ziet hij nóg iemand geïnteresseerd meekijken. Het is de negenjarige Bob. ‘Mijn vader gaf me vervolgens een bankje en een kaars, om daarmee de verbindingen in te smeren. Zo begon het.’
Vechten of vluchten
Wanneer het gezin naar Chatham verhuist, gaat er een wereld voor Kuijpers open. ‘Op het platteland moest je als immigrant vaak kiezen: vechten of vluchten. Maar in de stad zag ik ineens allemaal blonde Hollandse koppies in de klas.’ Als bijbaan snijdt en plaatst hij broeikasruiten op maat. ‘In het laatste jaar van de basisschool moest ik van mister Postma op een briefje schrijven wat ik wilde worden. “Timmeren én het woord van God verspreiden, het liefst in het buitenland”, schreef ik op.’ Maar omdat zijn vader inmiddels een eigen bedrijf had opgericht, Godfrey Glass & Mirror, laat de veertienjarige Bob zijn wens om timmerman te worden varen. Gelukkig kan hij wel doen wat hij het liefste doet: met zijn handen werken.




